Module 4 | Varia

De laatste module is gewijd aan de zaken die eerder nog niet aan bod kwamen,zoals akoestiek, klimaatbeheersing, kennis van subsidieregelingen, het vergelijken van offertes en het opstellen van begrotingen. Ook moet de kandidaat in deze module blijk geven van vaardigheid in het schrijven van een rapport.

Afbeelding Varia

Vereisten

De kandidaat geeft blijk van

  • het kunnen lezen van ‘oud schrift’ (i.v.m. archiefonderzoek en inscripties in orgels);
  • kennis van en inzicht in de vigerende regelgeving betreffende monumenten;
  • kennis van de afspraken betreffende de omgang met collega-adviseurs, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en orgelmakers;
  • schrijfvaardigheid door het opstellen van een onderzoeksrapport/restauratieplan over een orgel (zie hierna);
  • kennis voor het opstellen van een begroting (al dan niet met het oog op de SIM) en het maken van een offertevergelijking;
  • kennis van en inzicht in de beginselen van klimaatbeheersing;
  • kennis van en inzicht in de beginselen van akoestiek.
  • De kandidaat geeft blijk van een serieus gepleegde inspanning in het vergroten van de kennis en de toepassing van adviesvaardigheden m.b.t de volgende aspecten: adviesrollen en -stijlen, eigen sterke en zwakke punten (valkuilen), gesprekstechnieken, conflicthantering en de omgang met weerstand.

De kandidaat stuurt uiterlijk twee weken voor het examen van module 3 (nota bene) een voorstel voor de opzet van het restauratieplan aan de secretaris. De opzet omvat de keuze voor een orgel, de doelstelling van het rapport en een hoofd(stukken)indeling. De examencommissie beoordeelt de opzet en geef na afloop van het examen over module 3 goedkeuring over de opzet of stelt wijzigingen voor.

Onderzoeksrapport en literatuurlijst

De kandidaat stelt het onderzoeksrapport op in de geest van de beleidsnota Klinkende Monumenten (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2007) en houdt rekening met de Uitvoeringsrichtlijn Historische Orgels (Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg 2016, URL 7010). De kandidaat geef een deugdelijke onderbouwing van standpunten of oplossingen die mogelijk afwijken van deze documenten.

Bij het schrijven van het onderzoeksrapport voor module 4 neemt de kandidaat in acht dat het rapport twee verschillende doelgroepen heeft: de opdrachtgever en de orgelmaker(s). Voor de opdrachtgever zijn de eerste en laatste paragrafen in een rapport van belang, voor de orgelmaker het middendeel waarin het orgel wordt beschreven en onderzocht, en oplossingen worden voorgesteld.

Het onderzoeksrapport heeft de volgende structuur:

  • [1] titelpagina
  • [2] inleiding; met vermelding opdrachtverlening
  • [3] inhoudsopgave
  • [4] probleemstelling; beknopte en algemene beschrijving van de aangetroffen problemen als onderbouwing waarom het rapport wordt opgemaakt; hierin worden zoveel mogelijk de klachten van de opdrachtgever over het instrument betrokken
  • [5] managementsparagraaf; beknopte beschrijving van de conclusies en opsomming van de taken voor de opdrachtgever in het gehele traject
  • [6] beschrijving van het gebouw waarin het orgel staat
  • [7] beschrijving van het instrument
    • [a] historie
    • [b] beschrijving van het instrument ([b], [c] en [d] kunnen ook geïntegreerd worden per onderdeel)
    • [i] kas
    • [ii] windvoorziening
    • [iii] claviatuur of speeltafel en tractuur
    • [iv] windladen
    • [v] pijpwerk
  • [c] beschrijving van de aangetroffen problemen
    • [i] kas
    • [ii] windvoorziening
    • [iii] speeltafel en tractuur
    • [iv] windladen
    • [v] pijpwerk
  • [d] voorstellen voor oplossingen
    • [i] kas
    • [ii] windvoorziening
    • [iii] [claviatuur of speeltafel en tractuur
    • [iv] windladen
    • [v] pijpwerk
  • [8] verantwoording en algemene onderbouwing van de gekozen oplossingen, mede gerelateerd aan de wensen van de opdrachtgever: handhaven van de huidige toestand, wijzigen van de huidige toestand, of anders (kan ook voorafgaan aan [di])
  • [9] vervolg van het traject; beschrijving van het offertetraject inclusief de opbouw van de offerte, indien mogelijk een globaal tijdspad (specifieke namen van orgelmakers hoeven nog niet te worden genoemd)
  • [10] wet- en regelgeving, indien van toepassing specifieke kerkelijke regelingen, subsidiemogelijkheden
  • [11] klimaat in het gebouw

De examencommissie beoordeelt het onderzoeksrapport aan de hand van de volgende criteria:

  • [a] opbouw volgens bovenstaand stramien
  • [b] gebruik van onberispelijk Nederlands
  • [c] juiste gebruik orgelbouwkundige termen
  • [d] verantwoording van alle kennis en informatie van derden middels bronvermelding
  • [e] bronvermelding volgens een door de kandidaat gekozen en consequent toegepast systeem
  • [f] betrouwbaarheid van de bronnen
  • [g] duidelijk onderscheid tussen eigen meningen en opinies van de kandidaat en die van anderen
  • [h] goede motivatie van conclusies en zinvolle argumenten ter onderbouwing van beweringen

De mentor (niet de commissie) kan vervolgens de verbeterpunten met de kandidaat uitwerken.
Voorafgaand aan het examen voor module 4 heeft de kandidaat meerdere korte stages doorlopen bij één of meer orgelmakers en een orgeladviseur. De stages omvatten een zo breed mogelijk spectrum, voor zover mogelijk van planvorming tot en met oplevering. De kandidaat loopt mee met orgelmakers tijdens regulier onderhoud en stemmen. De kandidaat overlegt met zijn mentor over de invulling van de stages en dient tegelijk met het bovenvermelde rapport een overzicht en korte beschrijving van de stages in (zie reglement artikel 1).

Erfgoedwet/Sim/Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013

  • Diverse brochures van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met het Sim en de toelichting daarop.
  • Nota Klinkende Monumenten, Zeist 2007
    Uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; uitgangspunten omgaan met historische orgels.
  • Regulatief en gedragscode College voor Orgeladviseurs Nederland
    Te raadplegen op de website van het CvON.

Klimaatbeheersing

  • Brochure van de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de website van de TU Eindhoven. J.L. van der Gouw, Oud schrift, Zwolle 1963.
  • Raven, Algemene aspecten van akoestiek in kerken, in: Organist en Eredienst 1997/12
  • Bouman/Oosterhof, Orgelbouwkunde, 1985. [Hoofdstuk 1. Inleiding. §2 – 13]