Module 1 | Orgelkas en claviatuur
De eerste module betreft de technische en kunsthistorische aspecten van de orgelkas en de claviatuur.

Vereisten
De kandidaat geeft blijk van
- kennis van en inzicht in de Europese kunsthistorische stijlen en termen;
- kennis van en inzicht in de opbouw van een orgelkas en de daarin toegepaste materialen, mede in samenhang met de locatie waar het orgel staat en andere (contemporaine) instrumenten;
- kennis van historische kleuren. Op het internet zijn websites te vinden met informatie over (historische) pigmenten.
Kunsthistorie
- Jan Pieter Glerum, Meubelen, 2004
Biedt een bondig overzicht van de verschillende Europese meubelstijlen met goede karakteriseringen. - A.C.H. Hofstede, Het Nederlandse Meubel Boek 1550 – 1950, Zwolle 2006
- LOTO-lijst van stijltermen betreffende de kas (zie bijlage)
- Blijdenstein/Stenvert, Bouwstijlen in Nederland 1040 – 1940, Amsterdam 2010
- H.P.R. Rosenberg, De 19de-eeuwse kerkelijke bouwkunst in Nederland, ‘s-Gravenhage 1972
Overzicht van de 19de-eeuwse kerkarchitectuur. De eerste hoofdstukken geven inzicht in stijlen, liturgie en belangrijke architecten uit de betreffende periode en zijn verplichte
literatuur. Verder beschrijvingen van kerken en een beknopte begrippenlijst van bouwkundige termen.
Orgelmeubel
- Jan van Heurn, De Orgelmaaker, 1804/1805.
[Tweede afdeeling. Eerste hoofdstuk. Van het Regeerwerk, deszelfs verdeeling, en uitwendige vertooning; Tweede hoofdstuk. Van den aanleg eens Hand-Claviers; Derde hoofdstuk. Van het maaken en plaatsen der Toetsen; Vierde hoofdstuk. Van het bijzonder maaksel der Clavieren voor Cabinet- en Bureau-Orgelen, en het Regeerwerk daartoe behoorende; Vijfde hoofdstuk. Van verscheidene Hand-Clavieren op één Orgel; Zevende hoofdstuk. Van het Pedaal.] - Bouman/Oosterhof, Orgelbouwkunde, 1985
[Deel I. Hoofdstuk 4. De klavieren, 82 – 92] - Het historische orgel in Nederland, Amsterdam 1997 – 2010.
[Arjen Looyenga, Het Nederlandse orgelfront van 1479 – 1725 (uit deel 1769 – 1790); Het Nederlandse orgelfront van 1725 – 1815 (uit deel 1819 – 1840); Het Nederlandse orgelfront in de 19e eeuw (uit deel 1872 – 1878); passim kunsthistorische beschrijvingen van de orgels (Arjen Looyenga en anderen).]
Materialen en technieken
- Bouman/Oosterhof, Orgelbouwkunde, 1985.
[Deel I, hoofdstuk 2, Materialen, 39 – 47] - Gierveld, Inleiding tot de orgelbouw, 1982.
[Pagina’s 25 – 26]
Kleurnamen, termen
- Kleurenonderzoek, 2005
[Brochure van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed] - Diverse (internet)bronnen over ivoor, been, schildpad, paarlemoer, bladgoud/vergulden, bronsverf, aluminiumverf, tinfoelie, geciseleerd en gedreven werk.
Kunsthistorie
- Chandler R. Cliford, Period Furnishings, 1914
Wederzijdse beïnvloeding en de raakvlakken van stijlen hebben de speciale belangstelling van de schrijver. Veel illustraties met veel meubeldetails. Illustraties van overgangen van de ene naar de andere stijl (renaissance-Lodewijkstijlen-Empire). - Alexander Speltz, Styles of Ornament, 1923
Het standaardwerk op het gebied van decoratieve kunst. Biedt per stijl een korte beschrijving en 400 pentekeningen. Behalve het ornament zelf komt ook datgene wat versierd wordt regelmatig in beeld zodat een totaalindruk ontstaat. - Franz Sales Meyer, Handbook of Ornament, 1892
Uitgebreid handboek over decoratiekunst. Niet gegroepeerd naar stijlkenmerken maar op soort (geometrische ornamenten, plantvormen, diervormen, menselijke vormen, attributen, paneelornamenten, vazen, meubels, lijstwerk enz.).
Het overzicht biedt een keur van handgrepen voor het analyseren van toegepaste kunst. - De oudere Engelstalige uitgaven kunnen online geraadpleegd worden op:https://search.library.wisc.edu/digital/ADLDecArts (Digital Library for Decorative Arts and Material Culture)
Orgelmeubel
- Dom Bédos, Die Kunst des Orgelbauers, 1977 (vertaling in het Duits).
[§287 – 292 Beschreibung des Orgelgehäuse (Tafeln 30, 31, 32, 33); §451 – 464 Besondere Ratschläge an den Tischler eines Orgelgehäuses (Tafel 53); §339 – 360 Die Claviere (Tafeln 39, 49, 40, 41, 44, 45, 46); §688 – 715 Bau der Manual-Claviere (Tafeln 58, 43, 129, 59, 42); §716 – 720 Das Pedalclavier (Tafeln 59, 50, 60)] - Audsley, Te Art of Organbuilding, 1905.
[Chapter XVII, Tablature and compass of the organ; Chapter XIX, Te manual claviers; Chapter XXI, Te pedal clavier]
Materialen en technieken
- E.J. Haslinghuis/Herman Janse, Bouwkundige termen, 2005
Het Nederlandstalige standaard naslagwerk voor bouwkundige termen. - Website van de Arnhemse Fijnhouthandel (https://www.af.nl)
Biedt illustraties van houtsoorten.
[ontleend aan Haslinghuis]
- aanzet
- aanzicht
- abacus
- abside apsis
- acanthus
- accoladeboog
- aedicula
- ajour
- akroterie
- amandel(vormig profel)
- arabesk(e)
- arcade
- architraaf
- archivolt
- atlant
- atiek
- baldakijn
- balkon
- ball fower
- baluster
- balustrade
- band
- banderol
- bandornament, bandwerk
- basement, postament
- blinde arcade
- bas-reliëf
- bekroning
- beschot
- beslag
- beslagwerk
- beuling
- biljoen
- blad(werk)kapiteel
- blokpilaster
- bogenrij
- bomberen
- boog
- rondboog
- segmentboog/steekboog
- hoeffijzerboog
- spitsboog (gedrukte-,
- gelijkzijdige-)
- lancetboog
- stompe boog
- driepas-, klaverbladboog
- waaierboog
- spiegelboog
- kielboog
- ezelsrugboog
- accoladeboog
- Tudorboog
- korfoog/paanderboog
- gordijnboog
- keperboog
- boogfries
- boogveld
- bordes
- borstwering
- bossing
- bovendorpel latei
- breukstaaf
- briefpaneel
- cannelure
- cartouche
- cassete
- chassinete
- colonnade colonnet
- console
- cordonlijst
- cornu copia
- cul de lampe
- dorpel
- disselen
- doksaal
- driepas
- druiper
- eierlijst
- entablement
- entasis
- epistelzijde
- evangeliezijde
- façade
- festoen
- faal foel
- fnaal
- famboyant
- foelie
- fries
- frontaal wimberg
- fronton
- galerij gaanderij
- gekornist
- granaatappel
- grisaille
- groteske
- guilloche
- guirlande
- halfrond
- halfzuil
- halsgevel
- hang- en sluitwerk
- haut-reliëf
- herme
- hielojief
- hogel
- hoofdgestel
- impost
- incrustatie
- inlaten
- inleglijst
- intarsia
- kandelaber
- kapiteel
- kanteel
- kariatide
- keellijst
- klamp
- klauwstuk
- kluwenzuil
- kraal
- kraalschroot
- kroonlijst
- kruisbloem
- krul
- kuif
- kwabornament
- kwarthol
- kwartrond
- lambrisering
- lampet
- lopende hond motief
- maaswerk
- maliënmotief
- marmeren
- meander
- medaillon
- metope
- mezzanino, entresol
- modillon
- moet
- muizentand
- ojief
- oksaal
- opstand
- Dorische orde
- Ionische orde
- Korinthische orde
- Toscaanse orde
- composiet orde
- oriëntatie
- overhoeks
- overkragen uitkragen
- palmet
- papengaaibek
- parellijst
- pediment
- peerkraal
- pijpstaaf
- pilaster
- pinakel
- plint
- polychromie
- regel
- reliëf
- rollijst
- rolwerk
- rondstaaf
- rozet
- schacht
- schalk
- schelpwerk
- scheppend hol
- schroot
- sjabloon
- sofet
- sokkel
- stijl
- tandlijst
- timpaan
- tinne
- tootboog tootlijst
- traliewerk
- treillis
- tribune
- trompe-l’oeil
- Turkse kap
- velling
- vierpas
- vleugelstuk
- voetlijst
- voluut
- wimberg
- zuil
- [ontleend aan Meyer]
- strung coin, “verloren/geteld
- geldmotief”
- acanthus, loofwerk,
- berenklauw
- olijfblad
- grifoen
- putti
- trofee
- lintwerk
- vlampot
- amfora







